Me gusta een bijzondere naam

Als het op namen aankomt, zijn Spanjaarden een geval apart. Het meest in het oog springend zijn misschien wel de twee achternamen: de eerste van hun vader en de tweede van hun moeder, maar indien gewenst mag het tegenwoordig ook omgedraaid. Daar staat tegenover dat als een vrouw trouwt, zij haar achternaam niet verandert. In Nederland, dat toch bekend staat als een meer geëmancipeerd land dan Spanje, is het nog altijd gebruikelijk dat een vrouw de naam van haar achternaam aanneemt.

Maar achter die achternamen schuilt nog een veel meer bijzondere wereld: die van de voornamen. Het meest bijzonder is misschien wel de naam Jesús, een naam die je in alle Spaanstalige landen zult tegenkomen. Er is zelfs een vrouwelijke variant: Jesusa. Ook bekend in Nederland is de naam Salvador, een verwijzing naar Jezus.

Lees verder “Me gusta een bijzondere naam”

Me gusta de kastanjekraam

Staat er iets in brand? Nee. Waar komt die blauwe walm dan vandaan? Dat is een kastanjepoffer. Wie in oktober of november in Spanje is, zal ze ongetwijfeld op straat zien staan: kleine karretjes met daarop een grote pot, waar heel veel rook uitkomt. Het werkblad ligt bezaaid met tamme kastanjes, klaar om gepoft en vervolgens opgegeten te worden. Want dan doen Spanjaarden: kastanjes eten.

Ook de kastanje is, net als de zonnebloempit, een soort superfood vermomd als snack. De maanden voor kerst is de kastanjekraam prominent aanwezig in het straatbeeld, maar het is nooit echt druk bij louche en roestige kraampjes. Toeristen kijken vaken argwanend naar de meneer of mevrouw achter het werkblad, die er meestal uitziet alsof hij of zij het hele jaar van de kastanje-inkomsten moet leven. Maar wie een portie kastanjes bestelt, krijgt ze vaak met een glimlach op een fish ’n chips-achtige manier geserveerd: in een oude krant in de vorm van een puntzak.

Lees verder “Me gusta de kastanjekraam”

Me gusta inefficiënt denken

Of het nu gaat om boodschappen doen of fietsen in de stad, in essentie komen mijn frustraties over de Spaanse leefcultuur altijd weer neer op hetzelfde: inefficiëntie… Ik kan me storen aan het feit dat de post niet al direct bij de brievenbus gesorteerd wordt op regionale en (inter)nationale post, ik merk dat de cassière me boos aan kijkt als ik direct m’n pinpas in het pinapparaat stop (want dat werkt niet zo) en ik verbaas me over het feit dat de meeste Spaanse woningen twee of meer badkamers hebben, terwijl ze meestal maar een paar keer per week douchen vanwege de waterschaarste…

Wil je gaan schoonmaken, is er geen stofzuiger. Ze zijn heus wel te koop, maar op de één of andere manier maken Spanjaarden hun houten of stenen vloeren liever schoon met een bezem en een mop (en die waterschaarste dan?). De luxe Spanjaard permitteert zich soms met een swiffer en echt maar een enkeling een stofzuiger. Was je op zoek naar een kruimeldief? Vergeet het maar!

Lees verder “Me gusta inefficiënt denken”

Me gusta de zonnebloempit

Natuurlijk, hier in Spanje heb je net als in Nederland tal van snacks tot je beschikking. Naast de patatas fritas, kun je hier ook terecht voor palomitas (popcorn, letterlijk: duifjes) en algodón dulce (suikerspin, letterlijk: katoensnoep, cotton candy). Inmiddels hebben ook typisch Spaanse delicatessen de wereld veroverd. Met name de churros hebben de afgelopen jaren furore gemaakt en bepalen ook in Nederland, samen met de oliebollen- en poffertjeskramen, het straatbeeld.

Er is een Spaanse snack die iets moeilijker terrein wint buiten de Spaanse landsgrenzen. de zonnebloempit ofwel pipa. In het straatbeeld zijn de pipas als grote broodkruimels: je vindt ze overal in de stad, vaak opgehoopt onder een bankje in het park of langs de boulevard bij de rivier of het strand. Zonder enige schaamte laten de Spanjaarden de niet-eetbare restanten van de zonnebloempit achter. Sinds de opkomst van de superfoods, wint ook de pipa steeds meer terrein in het buitenland vanwege de vele mineralen en vitaminen waar de zonnebloempit rijk aan is.

Lees verder “Me gusta de zonnebloempit”

Me gusta zigzaggend fietsen langs bomen en mensen

Sevilla is de fietshoofdstad van Spanje, waar de laatste jaren de fiets steeds meer aan populariteit wint. Je hebt Bicing in Barcelona, Girocleta in Girona, Bicibur in Burgos en in Sevilla heb je Sevici: een concept dat vergelijkbaar is met de OV-fiets, maar dan toegankelijker. Behalve de toerist maakt ook de local meer en meer gebruik van de openbare fietsen in de Spaanse steden en sommige Spanjaarden schaffen ook zelf een fiets aan.

Fietsen is zelfs de fietshoofdstad van Spanje niet geheel zonder risico, zo ervoer ik de afgelopen weken. Verwacht als Nederlander vooral niet over geplaveide, van de hoofdweg gescheiden roze fietspaden tegen te komen. In Spanje zijn de fietspaden veelal aangelegd op de stoep en zijn er, behalve een laag asfalt, nauwelijks aanpassingen gedaan om het fietsen aangenaam te maken. Je zult je dus zigzaggend moeten bewegen tussen bomen en voetgangers en je leven moeten wagen tussen auto’s. En bovendien zijn de fietspaden niet roze, maar ook nog eens groen.

Lees verder “Me gusta zigzaggend fietsen langs bomen en mensen”

Me gusta het Songfestival

Wie denkt dat Nederland het enige land is dat al jaren op een houtje moet bijten, heeft het mis: Spanje heeft sinds 1969 het Songfestival niet meer gewonnen en doordat het land zich als één van de vijf grote geldschieters direct plaatst voor de finale, bungelen de Spanjaarden niet zelden aan de onderkant van het rechterrijtje.

Het is een wonder dat ondanks al die teleurstellende resultaten in zowel de recente als de verre zwart-witgeschiedenis, de Spanjaarden nog altijd warm lijken te lopen voor het festival. En dan was de winst van 1969 was niet eens een échte winst: door het geringe aantal landen dat destijds meedeed (en het geringe aantal punten die dus verdeeld konden worden), was er een grotere kans op een gelijkspel. Dat jaar moest Spanje de winst met drie anderen landen delen, waaronder Nederland.

La, la, la

Toch schreef Spanje in 1969 geschiedenis: het was de eerste keer dat een land twee keer achter elkaar het festival won. De winst van 1968, die niet gedeeld hoefde te worden, is helaas niet smetvrij en is misschien wel de eerste vorm van corruptie in de eurovisiegeschiedenis. Er zijn namelijk hardnekkige geruchten – hardnekkig in de zin dat ze na bijna 50 jaar nog steeds de kop op steken – dat de Spaanse dictator Franco omroepen omgekocht zou hebben om op Spanje te stemmen, zodat hij zijn land in een positief daglicht kon stellen. Oostenrijk kwam het jaar daarop niet naar Spanje vanwege het dictatoriale regime van Franco.

Lees verder “Me gusta het Songfestival”

Me gusta de Koning?

Of toch niet? Vorige week was het Koningsdag in Nederland en bleek weer eens wat voor een niet aflatende populariteit het Nederlandse koningshuis geniet. Zeker sinds de komst van Máxima, zijn er maar weinig Nederlanders te vinden die geen sympathie hebben voor het koninklijk paar. Maar hoe zit dat met het Spaanse koningshuis? Felipe en Letizia zijn toevallig goed bevriend met Willem-Alexander en Máxima en zijn van dezelfde generatie. Zijn zij daarom ook net zo populair?

fotonoticia_20141015142031_800

Habsburgers en het Huis Bourbon

Het Spaanse koningshuis is één van de oudste koningshuizen in Europa en ontstond aan het eind van de 15e eeuw toen Isabel I van Castilië en Fernando II van Aragón in 1479 met elkaar in het huwelijk traden, waardoor twee grote koninkrijken op het Iberisch schiereiland met elkaar verenigd werden in wat later zou uitgroeien tot Spanje. Hun kleinzoon was niemand minder dan Carlos I (In Nederland: Karel V) en hun achterkleinzoon was Felipe II (Filips II).

Deze Habsburgse lijn van opvolging hield stand tot 1700, toen Carlos II stierf, bijgenaamd El Hechizado (de Behekste)  vanwege zijn buitenproportionele Habsburgse gelaatstrekken, of  El Impotente vanwege zijn vermeende onvruchtbaarheid.

Lees verder “Me gusta de Koning?”

Me gusta feest vieren op andere dagen

roos

Er zijn een paar dagen in het jaar die je niet mag vergeten, zoals je trouwdag of de verjaardagen van je ouders of je kinderen. Voor de meeste mensen geldt ook dat dagen als Valentijnsdag, Moederdag en Vaderdag niet onopgemerkt voorbij mogen gaan. Mocht je ooit een Catalaanse vriend of vriendin krijgen, of met een Catalaan of Catalaanse vriend in het huwelijksbootje stappen, vergeet dan niet dat de Dag van de Liefde niet op 14 februari valt, Moederdag de eerste (en niet de tweede!) zondag van mei en dat Vaderdag in Spanje niet valt op de derde zondag in juni, maar een paar maanden eerder.

Vaderdag

Drie weken geleden bleek al al hoe het katholieke geloof een stempel drukt op de Spaanse samenleving. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Vaderdag gevierd wordt op 19 maart, de dag van Sint Jozef (San José), de beschermheilige van de timmerlieden, het beroep dat Jozef volgens de overlevering zelf ook uitoefende. Ondanks de katholieke grondslag, heeft Vaderdag in Spanje net zo goed als in Nederland en andere westerse Nederland een commercieel karakter, waardoor je struikelt over mokken, chocolade en t-shirts die beschreven zijn met een tekst als “Voor de liefste papa” of een andere zoetsappige variant.

Lees verder “Me gusta feest vieren op andere dagen”

Me gusta overdrijven

Het was één van de eerste dingen die ik leerde over de Spaanse taal: Spanjaarden zijn nu eenmaal niet het meest bescheiden volk en overdrijven graag. Als je vermoedt dat je gesprekspartner antwoord verwacht op een terloops “¿Qué tal?”, zeg dan niet “bien”, maar “muy bien” als het goed met je gaat. Voor Spanjaarden is “bien” eerder een soort “redelijk” of “gaat wel”. Was het eten lekker? Dan was het niet “rico”, maar minstens “muy rico”. Eten staat nogal hoog in het vaandel in de Spaanse cultuur en je zou niet de indruk willen wekken dat je die Valenciaanse paella “wel oké” vond. Als je het helemaal safe wilt spelen kun je ook de overtreffende trap gebruiken: “riquísimo”. De Spanjaarden zelf ísimoën er in ieder geval flink op los in hun dagelijkse taalgebruik.

Generalísimo

De overtreffende trap op -ísimo beperkt zich echter niet tot het dagelijkse taalgebruik. Het misschien wel wereldwijd bekendste woord dat eindigt op -ísimo is misschien wel “generalísimo”, een politiek-militaire term uit het Italiaans (maar dan met dubbel s), die gebruikt werd om Francisco Franco ten tijde van de dictatuur als hoogste generaal aan te duiden. In Spanje was en is het een gehaat woord dat niets dan associaties oproept met het dictatoriale regime, dat pas tegen het einde van de jaren zeventig definitief plaatsmaakte voor een democratie.

De twee belangrijkste straten in Barcelona kregen na de Spaanse burgeroorlog een dictatoriaal tintje: de Gran Via werd omgedoopt tot de Avenida de José Antonio Primo de Rivera, een jonge falangist die door de Republikeinen ter dood veroordeeld werd en bovendien een zoon van de vorige generaal die een staatsgreep pleegde; en de Avinguda Diagonal kruiste destijds met de door Barcelonezen verafschuwde naam Avenida del Generalísimo Francisco Franco bijna elke dwarsstraat van de stad.

generalisimo

Lees verder “Me gusta overdrijven”