#Okaytosay | Faalangst

Vandaag opende ik sinds tijden weer het Word-bestand waarin mijn scriptie zich bevindt. Op 11 maart schreef ik hier nog dat het roer om moest. Ik was toen in IJsland en zat weer vol positieve energie. Ik had een goed gesprek met m’n scriptiebegeleider, we hadden serieuze plannen opgesteld om de scriptie tot een succes te maken…

Maar ik kwam thuis en eigenlijk verviel ik al vrij snel in het lijdzame gevoel dat ik al die weken daarvoor ook al gehad had. Elke keer als ik dat Word-bestand opende, voelde ik de weerzin. Dan las ik weer wat, verwerkte ik weer wat, schreef ik weer wat, maar meestal sloeg ik het niet eens op omdat ik het te weinig of te slecht vond en soms zelfs allebei. De laatste keer dat ik daadwerkelijk iets opgeslagen had, bleek vandaag inmiddels meer dan twee maanden geleden… Een harde confrontatie met jezelf om de 2 van de maand februari te zien als laatste wijzigingsdatum.  Twee weken geleden zou ik het bestand weer direct afgesloten hebben, maar nu wilde ik die confrontatie wél aangaan.

Wat is dat dan toch met mij en scripties? Misschien til ik er te zwaar aan. Ik zie het als een soort bekroning op inmiddels bijna zeven jaar studeren. Zeven jaar! Als ik alleen daar al over nadenk: ik had gewoon drie jaar geleden mijn masterscriptie Vertalen fatsoenlijk kunnen afmaken, maar nee, dat besloot ik alsmaar uit te stellen en vervolgens gewoon helemaal niet meer te doen. Nee, ik besloot een paar naar Barcelona te gaan om na te denken wat ik nu zou willen, vervolgens in Sevilla te gaan studeren, een jaartje IJsland er aan vast te plakken en dan een als kers op de taart een scriptie van 30 studiepunten te gaan schrijven. Echt een supergoed idee, not.

Ik kan het heus wel. Ik heb die zeven jaar studie echt niet uit m’n neus zitten eten. Ik heb bijna alleen maar goede cijfers gehaald, heb voor mijn master niets lager dan een 7 op m’n lijst staan. Waarom lukt het me dan niet? Procrastination, zou je zeggen. Uitstelgedrag. Maar goed, dat uitstelgedrag komt ergens vandaan, of niet? Voor mij is het schrijven van een scriptie zo zeer verbonden aan mijn eer als docent, vertaler, wetenschapper. Ergens in mij zit die angst om niet goed bevonden te worden, waardoor ik uiteindelijk liever niets inlever dan iets waar kritiek op kan komen. En dat mag een naam hebben: faalangst.

In de eerste klas van de middelbare school werden faalangsttrainingen aangeboden. Mijn mentor zei destijds dat het misschien goed was als ik daaraan mee zou doen. Zelf zag ik daar helemaal geen brood in. Faalangst, ik? Nee, destijds was het inderdaad niet nodig. Ik haalde makkelijk hoge cijfers, had geen moeite met leren. Ik was misschien wel zenuwachtig voor toetsen, maar het belette me niet zozeer dat ik niet zou komen opdagen en ziek thuis bleef. Maar ja, meer dan tien jaar later is een masterscriptie schrijven iets wat voor niemand makkelijk is… En als iets moeilijk wordt, dan wordt het voor mij mentaal opeens ook moeilijk. Misschien had die mentor in dat 13-jarige jongetje al gezien wat er in dat hoofd van die twintiger zou kunnen opspelen. Iets waarvan ik niet wist dat het er zat…

Nu heb ik mij voorgenomen om deze maand mei mij alleen maar op die scriptie te richten. Hij moet en zal af, goedschiks of kwaadschiks. Of het nu een negen of een zesje wordt. Dan ben ik maar een maand lang ongelukkig, maar dan ben ik er daarna wel vanaf en kan ik weer gelukkig verder. Door niet aan de scriptie te werken ben ik alleen maar gelukkig als ik er niet aan denk, en dat wordt met het naderen van de deadline in september alleen maar lastiger. Om maar te zwijgen over als ik zou besluiten de handdoek in de ring te gooien, zoals ik tweeënhalf jaar geleden heb gedaan.

Ik kan niet ontkennen dat ik er hulp bij nodig heb. Hulp van familie van vrienden. Vraag mij vooral hoe het met de scriptie gaat. Neem niet genoegen met een antwoord als “goed” of “kan beter”. Vraag door. Wil ik het er niet over hebben? Jammer dan, de tijd om de werkelijkheid te ontvluchten is nu echt wel voorbij. Het woord scriptie mag niet langer het verboden s-woord zijn waar ik het liever niet over heb.

Dus vandaag, 1 mei, Dag van de Arbeid, ga ik aan de slag. Omdat het moet, maar vooral ook omdat het kan. Omdat ík het kan. Feitelijk ben ik talloze werkstukken ook altijd op het laatste moment begonnen en het er toch goed vanaf gebracht. Vandaag begint ook de “open up week”, een week waarin het bespreekbaar maken onder jongeren van depressies en angsten centraal staat onder de hashtag #okaytosay.

Op betere tijden.

Naar aanleiding van Bijna de helft van de jongeren heeft last van een onzichtbare ziekte op NOS.nl. 

Advertenties

Een gedachte over “#Okaytosay | Faalangst

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s