#Taal | De Engelse spatieziekte

Het Nederlands ligt niet alleen geografisch, maar ook taalkundig tussen het Duits en het Engels. Doordat sprekers van het Nederlands ontzettend veel Engels tot zich nemen, is het niet gek om aan te nemen dat de manier waarop het Nederlands gebruikt wordt steeds meer verengelst. Toch is het vaak zo dat de officiële taalregels die het Nederlands voorschrijft dichter bij het Duits liggen dan we denken. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de samengestelde woorden, die volgens de regels aan elkaar geschreven moeten worden, maar door vele sprekers van het Nederlands los geschreven worden als gevolg van wat sommigen “de Engelse spatieziekte” noemen.

De meeste Germaanse talen – en het Engels vormt hier een uitzondering op – hebben de mogelijkheid oneindig lange woorden te maken. De mogelijkheden zijn oneindig als samenstellingen met elkaar gecombineerd worden, zoals hemelwater en infiltratiegebied als op het bord op de foto hierboven. Kindercarnavalsoptochtvoorbereidingswerkzaamheden is volgens het Guiness Book of World Records het langste woord van de Nederlandse taal en bestaat uit de samenstellingen kindercarnavalsoptocht (kinder + carnaval + optocht) en voorbereidingswerkzaamheden (voorbereiding + werkzaamheden). Op dezelfde manier kunnen we op het woord kindercarnavalskledingwinkelbediende komen. In het Engels? Children’s carnival clothing shopworker. Opvallend genoeg schrijven we shopworker in het Engels wel aan elkaar en is er tegelijkertijd geen duidelijke reden waarom shopworker aan elkaar moet en shop assistant of railroad worker los.

In het Engels worden samenstellingen (woordcombinaties van twee of meer woorden die samen een nieuwe of andere betekenis krijgen) meestal los van elkaar, soms met een verbindingsstreepje en zelden aan elkaar geschreven. De regels in het Nederlands voor het wel of niet aan elkaar schrijven zijn gelukkig een stuk rechtlijniger, al houden desalniettemin vele sprekers van het Nederlands zich hier niet aan en dat leidt soms tot miscommunicatie (en tot opgetrokken wenkbrauwen bij taalpuristen). De regel is dat je zelfstandige naamwoorden die een samenstelling vormen altijd aan elkaar schrijft: messenslijper, stoelpoot en operatiekamer. Dit maakt het mogelijk om onderscheid te maken tussen rode kool, een kool die gewoon rood is, en rodekool. 

Rodekool is een mooi voorbeeld van de regel dat je bijvoeglijke naamwoorden die een samenstelling vormen ook aan elkaar schrijft. Een goed voorbeeld van hoe dit ook tot misverstanden kan leiden is minder jarigen tegenover minderjarigen. Om te controleren of het bijvoeglijk naamwoord los van het zelfstandig naamwoord kan met een spatie ertussen, moet je er nog een bijvoeglijk naamwoord tussen kunnen plakken, bijvoorbeeld mooie. En zo zie je: design mooie keuken, standaard mooie taal, vol mooi bloed en minder mooie jarigen betekenen of helemaal niets of betekenen iets anders dan wat je bedoelt met mooie designkeuken, mooie standaardtaal, mooie volbloed en mooie minderjarigen. Er is wel een grijs gebied waar deze regel niet helemaal opgaat en verrassend genoeg is bijvoeglijk naamwoord één van die uitzonderingen op de regel. Bijvoeglijk naamwoorden die ook voltooid of delend deelwoorden zijn, zoals gelopen race en lopend buffet, worden nooit aan elkaar geschreven met het zelfstandig naamwoord.

Het wordt nog ingewikkelder als je een bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord combineert met een ander zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: lange afstand (bijvoeglijk + zelfstandig naamwoord) en relatie (zelfstandig naamwoord). Dit wordt dan langeafstandsrelatie, met het bijvoeglijk en de twee zelfstandige naamwoorden aan elkaar geschreven. Dit doen we omdat lange afstandsrelatie een afstandsrelatie die lang duurt kan betekenen, in plaats van een relatie op lange afstand. Mocht je dit onleesbaar vinden, mag je een verbindingsstreepje gebruiken. Een verbindingsstreepje is zelfs verplicht bij klinkerbotsingen, zoals auto-ongeluk, homo-emancipatie en taxi-examen.

In het woord langeafstandsrelatie zien we ook de zogenaamde tussen-s. Dit fenomeen gaat op voor vele Nederlandse woorden, zoals bijvoorbeeld zonsopkomst en bakkersvrouw. Het is een overblijfsel van het naamvallensysteem waarbij de –s een bezit aanduidde, dus de opkomst van de zon en de vrouw van de bakker. Iets dergelijks zien we in het Engels ook nog terug bij baker’s wife. Toch gebruiken we voor veel woorden deze tussen-s niet en het vervelende is ook dat er geen regels voor zijn. Sterker nog, bij sommige woorden varieert het gebruik tussen-s van dialect tot dialect of zelfs van persoon tot persoon, waardoor zowel spellingfout als spellingsfout goedgekeurd mag worden. Het advies van Onze Taal in dezen is dan ook: wees altijd consistent in het gebruik van de tussen-s als je een tekst schrijft.

En wat betreft die samenstellingen? Altijd aan elkaar schrijven of op z’n minst met een streepje, en dat zeg ik zowel tegen hen die Nederlands als moedertaal hebben als hen die Nederlands als tweede of vreemde taal leren.

Dit artikel verscheen ook op mijn Engelstalige blog in de serie “Dutch Perfect”

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s