#Dansk | Huset nær broen

Je komt ‘s avonds thuis, je vergeet even dat het al over elven is, kijkt nog snel een filmpje op YouTube en dan zie je het: het is 0:00. Normaal gesproken misschien een teken om naar bed te gaan, maar het eerste wat mij te binnen schoot is dat ik nog geen oefeningen had gemaakt op Duolingo, de app waarmee ik sinds begin dit jaar Deens leer. M’n streak van meer dan 50 dagen was onherroepelijk teruggebracht tot 0…

Het goede van zo’n streak is dat je gemotiveerd blijft om elke dag je oefeningen te doen. Je scoort voor elke oefening 10 punten en je mag ook zelf instellen hoeveel punten je per dag moet halen om een streakpunt te halen. Zelf heb ik mij ten doel gesteld elke dag minstens drie oefeningen te doen, en dat had ik dus al meer dan 50 dagen volgehouden. Het nadeel van de streak is dat, als je één keer vergeet en de streak teruggebracht wordt naar 0, vrijwel ook alle motivatie om verder te gaan in één klap weggevaagd wordt.

De oefeningen maken deel uit van vaardigheden en al naargelang de tijd verstrijkt, vermindert je niveau van een bepaalde verworven vaardigheid en moet je die weer versterken. Als je dus een week niks doet, heeft dat als gevolg dat bijna alle vaardigheden in het rood staan. En dat zijn er, als je al twee maanden bezig bent, inmiddels al heel wat: etenswaar (mad), dieren (dyr), kledingwaar (tøj), kleuren (farve), tijd (tid), familie (familie), beroepen (erhverv), voorwerpen (objekter) en mensen (mennesker). En dan hebben we het nog niet eens over grammatica…

zinnen, bepaalde lidwoorden, meervoud, bezittelijke voornaamwoorden, lijdend en meewerkend voorwerpen, de tegenwoordige tijd, vraagzinnen, voorzetsels, verbindingswoorden, bijvoeglijk naamwoorden, bijwoorden, aanwijzend voornaamwoorden…

Het lastigste van het Deens vind ik nog steeds de lidwoorden, de zelfstandig naamwoorden en de bijvoeglijk naamwoorden, en dan vooral het verschil tussen (d)et en (d)en, dat net als het verschil tussen de en het in het Nederlands nauwelijks te herleiden is. Een geluk is wel dat het-woorden in het Nederlands ook vaak det-woorden zijn in het Deens!

Huset står nær broen. (Het huis staat bij de brug)

Det hvide hus står nær den store bro. (Het witte huis staat bij de grote brug)

In de voorbeeldzinnen zie je ook nog eens dat het bepaald lidwoord in het Deens normaal gesproken achter het zelfstandig naamwoord komt als –en of –et, maar als er een bijvoeglijk naamwoord voor het zelfstandig naamwoord staat komt het er juist weer voor in de vorm als den of det. Het is soms even omdenken, maar het blijft fantastisch om nieuwe talen te leren. Al moet ik toegeven dat Deens me wel stukken beter af gaat dan Chinees…   

Inmiddels ben ik gelukkig weer back on track en staan alle vaardigheden weer in het groen. Op naar de volgende vaardigheden: reizen en nummers!

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s