Te land, ter zee en in de lucht: de naamval in het Nederlands

telandtezeeindelucht

Het is één van de voornaamste reden waarom mensen Duits moeilijk vinden: de naamvallen. Ooit had het Nederlands ook naamvallen, en in die zin is het eeuwig zonde dat het naamvalsysteem afgeschaft is omdat het het leren van Duits stukken makkelijker gemaakt had. Maar wie denkt dat de naamval uit het Nederlands verdwenen is, heeft het mis: het systeem is verdwenen, maar de naamval is nog in groten getale aanwezig in het Nederlands!

De meest bekende naamval is waarschijnlijk “Den” vanwege de plaatsnamen die daarmee beginnen: Den Haag, Den Helder, Den Dolder… De naam ‘s-Hertogenbosch is de officiële naam voor de plaats die in de volksmond Den Bosch genoemd wordt, en het opmerkelijke daaraan is vooral dat de ene naamval (des) vervangen werd door de ander (den). Wat is er mis met “De Haag”? Kennelijk te veel om daadwerkelijk de plaatsnaam van de naamval te ontdoen. Bij “Den Briel” is de poging om van de naamval af te komen succesvol geweest: deze plaats kennen we heden ten dage als “Brielle” en wordt alleen “Den Briel” genoemd in “hij marcheerde van Den Helder tot Den Briel” omdat “Den Helder” geen genoegen kon nemen met “Helder”.

De naamval “des” is er ook zo één die je nog wel eens tegenkomt in de vorm van “de Heer des Huizes” of “des doods”. Er wordt vaak beweerd dat het gaat om uitdrukkingen uit een vroeger tijdperk, maar dat in normaal hedendaags taalgebruik de naamval niet meer voorkomt. De uitdrukking “hoogmoed komt voor den val” is immers weinig van deze tijd en zal over enkele generaties misschien wel uitgestorven zijn. Toch is deze observatie niet helemaal terecht: denk maar aan “de aller slechtste aller tijden” van het satirische programma “De Lama’s”, dat toch een programma is van de huidige generatie.

Te vaak leveren naamvallen ons hoofdbrekens op. Is het nou “ter voet” of “te voet”? Het is natuurlijk “te voet”, maar waarom is het dan wel “ter zee”? En het is tenslotte ook “per vliegtuig” en “per boot”, en dus zou het net zo goed “ter voet” kunnen zijn. Dat zou logisch zijn, maar bij de naamval gaat logica niet op. De naamval is alleen logisch als het systeem waar het uit voortkomt nog actief gebruikt en onderwezen wordt, zoals in het Duits, maar aangezien dat voor het Nederlands niet het geval is, zijn wij gedoemd om zich telkens weer af te vragen hoe het ook alweer zat…Al deze overblijfselen van het naamvallensysteem zijn dus een doorn in het oog van iedereen die goed Nederlands probeert te schrijven (ik ben me er terdege van bewust dat dit een schaarse groep mensen is), en die keer op keer de website van Taalunieversum moet raadplegen om erachter te komen hoe iets geschreven wordt. Als sprekers van het Nederlands zijn we ons talige bewustzijn rondom naamvallen compleet verloren. Iedereen doet maar wat, en niemand merkt het eigenlijk meer als het fout gaat. Zelfs de in mijn ogen makkelijkste naamval gaat keer op keer fout: s’ochtends in plaats van ’s ochtends… Komt het dan ooit nog goed? Nooit en te nimmer, vrees ik…

“Te” zie je heel vaak bij werkwoord, zoals in “dat was te voorzien” of “er was niets te doen”. Overigens is dit niet dezelfde “te” als van “te veel” of “te weinig”, want die “te” is geen naamval maar een ander soort woord (vraag me niet welke). Helaas kan “te” zoals in “te voorzien” niet uitsluitend met werkwoorden gebruikt worden (was het maar zo’n feest). Zo verwachtte ik laatst dat een bepaalde uitdrukking met “ten” ging, maar toen bleek het toch weer “te” te zijn: te allen tijde. En waarom is het trouwens nu niet “aller tijden”? En dan is er nog “te land”, waarbij ik in alle eerlijkheid moet ik beginnen dat ik, totdat ik een afbeelding ging zoeken voor dit blog, altijd gedacht heb dat het “ter land” was. Het is toch ook “ter zee”? Om gek van te worden!

Ook zo opmerkelijk is de “e” of “en” achter bepaalde woorden komt als er een naamval in het spel is: ter plaatse, in groten getale, aller tijden. Waarom is het soms met, en soms zonder “n”? Mensen, ik heb werkelijk geen idee en ik de behoefte om het uit te zoeken heb ik allang afgezworen. Ook ík heb geen talig bewustzijn als het om naamvallen gaat, zelfs in die mate dat ik, ondanks mijn liefde voor talen, Duits direct na de derde klas heb laten vallen.

Waar we kunnen proberen we naamvallen te vermijden: zo zegt merendeel van de Nederlanders, volgens mij, eerder “hij was als de dood” dan “hij was des doods”. Eventueel kun je “in de ochtend” zeggen in plaats van “’s ochtends” (maar dus nooit “s’ochtends”!). Bij veel uitdrukkingen is het echter onmogelijk om van de naamval af te komen: bedenk eens goede, hedendaagse alternatieven voor “ter plaatse” of “ten nadele van”. Eén van de weinige geslaagde pogingen tot ontnaamvallering is “wel degelijk” als vervanging voor “terdege” (ik heb nog even opgezocht of dit echt aan elkaar geschreven wordt). Helaas is het zo dat hoe meer we naamvallen vermijden, hoe vaker het zal voorkomen dat de resterende naamvallen steeds vaker verkeerd gebruikt zullen worden. Het kleine beetje talige bewustzijn voor naamvallen dat we nog hebben, zal meer en meer afbrokkelen.

In de tussentijd moeten we ons vastklampen aan regels, voor zover die te volgen zijn. In het weelderige landschap van de fossiele naamvaal staat in ieder geval vast dat woorden als “te” (te midden van),” ten” (ten nadele van) en “ter” (ter inzage) altijd los staan van het woord dat erachter komt. Altijd, of toch niet? Nee, niet altijd, namelijk niet bij “tenslotte”. Die laatste kan op twee manieren geschreven worden, zowel los (ten slotte) als aan elkaar (tenslotte), maar er is er altijd maar één goed omdat ze in betekenis van elkaar verschillen.

“Uiteindelijk hebben we Miranda gevraagd voor ons te tolken. Zij heeft tenslotte Engels gestudeerd.”

“Ten slotte wil ik nog even zeggen dat het een geweldige avond was.”

Waar het op neerkomt is dat “tenslotte” met “immers” vervangen kan worden en “ten slotte” met “tot slot”. Die regel onthouden is niet zo lastig, maar de moeilijkheid is om ze niet door elkaar te halen… Dat niet met elkaar verwarren is namelijk het hele eieren eten met die naamvallen, en ook precies de reden waarom het zo vaak misgaat.

Kortom: we hebben er een potje van gemaakt. Sterker nog, die hele kwestie rondom zij, hun en hen is een voortvloeisel van het in de vergetelheid geraakte naamvalsysteem. Maar daar zal ik het verder maar niet over hebben, met dien verstande (!) dat het vast nog wel eens aan bod zal komen in een later blog…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s